Aanwezigheid voldoende hulpverleningsmiddelen

Verbandtrommels
Er is in de bioscoop tenminste één basisverbandtrommel (met een inhoud volgens de BHV-richtlijn) op een voor iedere medewerker duidelijk zichtbaar aangegeven plaats aanwezig. Door de plaats met een pictogram (groen met wit kruis) aan te geven is de verbandtrommel ook makkelijk te vinden door niet-medewerkers. De inhoud van de verbandtrommels wordt maandelijks gecontroleerd en zonodig aangevuld.
Blusmiddelen
De blusmiddelen zijn direct bereikbaar, gebruiksklaar en de plek is aangeduid met een herkenpictogram van het soort blusmiddel. In elke publieksruimte zijn voldoende blusmiddellen aanwezig. Ze zijn op een goede wijze over het gebouw verdeeld. Jaarlijks worden door een deskundige, meestal de leverancier, de blusmiddelen gecontroleerd. Alle medewerkers zijn geïnstrueerd over het gebruik van blusmiddelen. Zie ook Oorzaak brand
Geschikte blusmiddelen zijn:
- water (niet gebruiken bij elektriciteit en/of bij popcornautomaat!), haspels hangen in zalen en algemene ruimten, daarnaast automatische sprinklerinstallaties
- sproeischuim, meestal achter buffetten, kassa en kantoren
- koolzuur(CO2)sneeuw (levert vrijwel geen blusschade), meestal in cabines en achter het buffet
- poederblussers worden bijna niet meer gebruikt vanwege blusschade
- blusdeken, bij voorkeur opgevouwen (blusdekens in kokers zijn minder geschikt)
- droge stijgleidingen, deze kennen aansluitingen buiten pand voor iedere verdieping (let op dat aansluitingen niet verdwijnen achter standees en andere reclameuitingen)
Een brandmeldcentrale signaleert door middel van automatische (hitte- en rooksensoren) en handmelders dat er ergens in het gebouw brand is. Dit wordt meestal bekend gemaakt door een sirene (slow woop), terwijl op het hoofdpanel en/of zijpanelen is af te lezen waar de brandmelding vandaan komt. Zodra de melding binnenkomt wordt deze direkt doorgegeven naar de plaatselijke brandweer. Bij automatische melding zit er vaak een vertraging in zodat de medewerker kan nagaan of het een valse melding betreft.

Noodverlichting en vluchtwegen
Noodverlichting wordt jaarlijks gecontroleerd.
- (nood)uitgangen zijn voorzien van transparantverlichting, noodverlichting en duidelijke zichtbare pictogrammen voor de nooduitgangen
- alle uitgangen en trappen, welke leiden naar de uitgang van het gebouw, moeten vrij zijn en verlicht (noodverlichting)
- alle deuren die leiden naar de uitgang, moeten makkelijk en helemaal naar buiten open gaan
- vluchtdeuren moeten goed werken en voorzien zijn van panieksluitingen
- uitgangen en trappen moeten voorzien zijn van een antislipoppervlak
- trapuiteinden in de zalen moeten opvallend zijn en goed bevestigd
- vuilnisbakken moeten weggehouden worden van belangrijke uitgangen en regelmatig nagekeken en geleegd worden
- er mag alleen in de daarvoor bestemde stoelen worden gezeten in de zaal, of op de daarvoor speciaal aangegeven plaatsen voor invalidewagens
- lampenhuizen en ventilatiesystemen moeten regelmatig geïnspecteerd worden en bijgehouden door een senior operateur, gediplomeerd operateur of door iemand van het verwarmingsbedrijf zie ook oplossingen: Onderhoudsinstructies projectiecabine en brandbeveiligingsapparatuur
Controle
Medewerkers controleren frequent alle hulpverleningsmiddelen zoals aangegeven in de preventieve maatregelen van het bioscoopnoodplan
Terug