Type kassa
Na tenminste 2 uur achtereen zittend kassawerk of na 1 uur staand kassawerk wordt het werk afgewisseld met ander werk of een pauze. Als langer dan 1 uur achtereen achter een kassa gewerkt wordt of langer dan 4 uur over de dag verdeeld, is er een zitgelegenheid aanwezig die voldoet aan ergonomische eisen:
- voldoen aan NEN-EN 1335-1:2000;
- de rugleuning en de zittinghoogte zijn in hoogte verstelbaar;
- stabiel – kan niet omvallen bij extreme lichaamshoudingen;
- niet hinderlijk wegrijdt of glijdt tijdens de zittende werkzaamheden;
- de verplaatsbaarheid van de stoel vormt geen belemmering bij uitvoering van de kassafunctie.
Staande kassawerkplek
De medewerker kan goed achter de kassa of toonbank staan als hij voldoende been- en voetruimte heeft:
- de beenruimte bedraagt tenminste 10 cm, gerekend vanaf de voorkant van het werkblad;
- de voetruimte bedraagt tenminste 25 cm, gerekend vanaf de voorkant van het werkblad, tot minimaal 20 cm vanaf de vloer.

Zittende kassawerkplek
De ruimte onder het werkblad is tenminste 70 cm hoog, 60 cm breed en 60 cm diep.

De werknemer heeft de beschikking over een voetensteun, indien dat voor het bereiken van een goede lichaamshouding nodig is (bijvoorbeeld bij een relatief korte lichaamslengte). Deze is minimaal 45 cm breed en 35 cm diep en is eenvoudig in hoogte instelbaar in minimaal 3 standen met onderling gelijke afstand. Het totale instelbereik van de voetensteun omvat in ieder geval het verticale traject tussen 35 en 47 centimeter onder de bovenzijde van de zitting.